DutchEnglishGerman
DutchEnglishGerman

Vlaggetjesdag op Scheveningen

Vlaggetjesdag begint zaterdag om 11 uur met:

ADMIRAALVAREN

Het Admiraalvaren tijdens Vlaggetjesdag is een jarenlange traditie. Elk jaar wordt een Admiraal of een lid van de Admiraliteitsstaf uitgenodigd om het Admiraalvaren af te nemen. Dit houdt in dat circa 70 schepen uit de jachthaven van Scheveningen langs het Admiraalsschip varen, welke in de 1ste haven ligt aangemeerd, en een groet brengen aan de Admiraal.

Tijdens het langs varen worden de schepen ‘afgeschoten’. Het is de bedoeling dat de langsvarende schepen een groet uitbrengen door het strijken van de vlag, waarna deze na het schot weer mag worden gehesen. Admiraalvaren wordt georganiseerd in samenwerking met de Jachtclub Scheveningen.

De Evenementencommissie van Jachtclub Scheveningen werkt natuurlijk graag mee om Vlaggetjesdag, een van de hoogte punten in de Jachthaven, mogelijk te maken. Scheveningen en Jachtclub Scheveningen op de kaart zetten vinden wij heel belangrijk en zeker ook de cultuur van Scheveningen te bewaren.

Ook u kunt met ons mee varen gedurende de opening om een traditionele groet te brengen hierbij krijgt de boot dan een vlaggetje die wij verloten onder de opvarende.

Voor € 20 pp kunt u mee maar reserveer snel want Vol = Vol

Na de opening bieden we u Rondvaarten op zee aan met 1 van onze boten

u kunt hiervoor reserveren vanaf 8 personen we varen de hele dag door dus er is altijd wel plaats.

Hieronder een stukje HISTORY

HISTORIE ALGEMEEN

Aan Vlaggetjesdag gaat een lange geschiedenis vooraf. Maar de feestelijkheden rond het begin van de haringvisserij zijn echter nog niet zo oud. Vanaf 1947 heeft Vlaggetjesdag pas een officiële betekenis gekregen. In 1950 is er ook een Comité Vlaggetjesdag opgericht die de organisatie van Vlaggetjesdag voortaan in handen had.

De voorgeschiedenis van de haringvangst is veel langer. In 18e eeuw gold voor de dorpen aan de kust, waaronder Scheveningen, een verbod de gevangen haring te kaken. Om een te grote aanvoer van verse haring te vermijden, bleven de meeste schuiten destijds een deel van de zomer vissen op plat- of rondvis. Rond september was de haring het meest geschikt om tot bokking te worden verwerkt. Slechts 8 of 10 schuiten vertrokken in die tijd ter haringvangst. Zo lagen op 14 september 1781 een tiental ‘schuiten’ gereed voor de afvaart. Stadhouder Willem V was, zoals dikwijls, bij de afvaart aanwezig. De vissers stelden dat zeer op prijs. Dat blijkt uit een Schevenings dichtwerk van die tijd. Uit het gedicht komen enige herkenbare elementen naar voren. Men liet de vlaggen waaien: een soort Vlaggetjesdag dus. Na de afvaart komen twee schuiten terug om de Prins (stadhouder) eer te bewijzen. Met wat fantasie zou dit kunnen worden vergeleken met het ‘admiraalzeilen’. En tenslotte zal de eerste haring welke zij vangen voor de Prins bestemd zijn. Dit wijkt in feite weinig af van wat wij tegenwoordig het aanbieden van ‘koningsharing’ noemen.

Het monopolie op het haring kaken en pekelen lag toentertijd alleen in handen van de Maasteden. Zowel Katwijk als Scheveningen streden om dit recht te verkrijgen. Tevergeefs, Napoleon schafte tijdens de Franse overheersing het monopolie af, maar koning Willem I gaf het alleenrecht weer terug aan de Maassteden. Pas in 1857 werd het kaakmonopolie opgeheven. Het duurde nog ruim tien jaar voordat er door de Scheveningse vissers gebruik van werd gemaakt.Na de eeuwwisseling werd de 1e Binnenhaven aangelegd. Het eerste vertrek naar de haringgronden vanuit die haven was in het voorjaar van 1905. Vermeldingen van feestelijkheden rond het begin van de haringvisserij in dat jaar zijn niet gevonden. Men dient met foto’s uit die tijd op te passen. Een haven vol bomschuiten en zeilloggers met hun gebruikelijk gevoerde pronkvanen doen al snel een Vlaggetjesdag vermoeden zonder dit in werkelijkheid te zijn. Ook de jaren tussen 1910 en 1946 laten evenmin feestelijkheden zien rond het begin van de haringvisserij.

Maar op 10 mei 1947 meldde de pers:

[…]De vloot ligt klaar. Honderden vlaggen wapperden gisteren aan het touwwerk van de Scheveningse loggers. Het was “vlaggetjesdag” op Scheveningen […]

Dit is de eerste maal, nog voorzichtig tussen aanhalingstekens, dat de pers dit woord gebruikt bij het begin van de haringvisserij te Scheveningen.

In 1948 was de ‘Redersvereniging Scheveningen’ geïnteresseerd geraakt in feestelijkheden rond het vertrek van de vissersvloot. De reders vonden dat de uitvaart van het eerste gedeelte van de haringvloot op 18 mei met enig vertoon gepaard diende te gaan. In 1950 is er daadwerkelijk een Comité Vlaggetjesdag opgericht. Vanaf 1951 heeft de Redersvereniging besloten dat Vlaggetjesdag een permanent karakter moest krijgen.

Aanvankelijk werden op de zaterdag voor Pinksteren de schepen gepavoiseerd (met vlaggen uitgedost). In de Scheveningse gemeente was 1e Pinksterdag een kerkelijke zondag, maar op 2e Pinksterdag ontmoetten de Scheveningers elkaar op de havenkades en bekeken ze de gepavoiseerde schepen, die de volgende dag zouden uitvaren richting de kust van Schotland, waar de meeste haring gevangen werd.

Het eerste schip dat binnen liep (om de eerste kantjes Nieuwe Haring aan wal te brengen), mocht zich de winnaar van de Haringrace noemen. Tegenwoordig is niet het uitvaren van de haringvloot, maar de komst van de Nieuwe Haring de reden om de schepen op te sieren. Het eerste vaatje haring wordt geveild in de visafslag.

In 1948 was de ‘Redersvereniging Scheveningen’ zelf geïnteresseerd geraakt in feestelijkheden rond het vertrek van de vissersvloot. De reders vonden dat de uitvaart van het eerste gedeelte van de haringvloot op 18 mei met enig vertoon gepaard diende te gaan. Daarbij had de Stichting Scheveningen, onder voorzitterschap van apotheker M. den Heijer, in haar programma rond het jubileumjaar van Koningin Wilhelmina reeds verschillende autoriteiten voor die 18e mei uitgenodigd. De Redersvereniging verzocht de leden de schepen vanaf 10 uur die dag naar zee te laten gaan en de vloot vervolgens te laten stomen tot aan het einde van de boulevard, daarna in kiellinie terug naar de havenmonding waarna de vloot echt zee zou kiezen. In feite een soortgelijke gebeurtenis als in 1781. Nadere instructies werden niet gegeven. De schippers dienden naar omstandigheden te handelen. De secretaris zou het Nederlands Persbureau van de plannen in kennis stellen. En zo gebeurde het ook. Tijdens de vlootschouw van de Scheveningse loggers met veel vlagvertoon zaten naast een aantal wethouders ook leden van het Bedrijfschap voor Visserijproducten op het terras van het Kurhaus, allen op uitnodiging van de Stichting Scheveningen.

Daarna volgde een optocht met praalwagens, opgesierd met visserijmaterialen en producten uit de vishandel en dergelijke. De reddingsboot ‘Arthur’ en het hospitaalkerkschip waren eveneens in zee; passagiers waren nog niet aan boord van de loggers maar vanaf het hospitaalkerkschip hield inspecteur Schuringa van de Scheepvaartinspectie de manoeuvres in de gaten. Opvallend is dat noch door de reders noch door de Stichting Scheveningen het woord Vlaggetjesdag werd gebruikt. Door de pers, en dit dus voor de tweede maal, echter wel.

Op maandag 16 mei 1949 kon, opnieuw rijk met vlaggen getooid, een vlootrevue worden gehouden maar nu losgekoppeld van het eigenlijke vertrek van de vloot naar de haringgronden. De Reders vonden kennelijk de uitnodiging van de notabelen door de Stichting Scheveningen van het jaar daarvoor, ongewenst. De Redersvereniging nam nu zelf het initiatief. Zij was in dat jaar juist in conflict gekomen met het gemeentebestuur inzake de organisatie en het beheer van de Visafslag. Op 10 mei had het gemeentebestuur nog steeds geen gunstige uitspraak daarover gedaan. Om het gemeentebestuur gunstig te stemmen besloten de reders hen allen uit te nodigen. Op het hospitaalkerkschip maakten zij de vlootrevue mee. Aan boord van de SCH 262 bevond zich de burgemeester van Dieppe en de vice-consul van Nederland.

Voor de eerste maal mochten ook passagiers mee aan boord van de loggers. De schooljeugd kreeg vrijaf. Met honderden tegelijk vloog men aan boord van de loggers. Getallen van twee- tot driehonderd passagiers per logger worden genoemd, een levensgevaarlijke situatie dus. Men deed er niets aan. Alleen, alsof dit zou helpen, voer de reddingsboot ‘Arthur’ aan kop. Bij de terugkeer van de schepen, ter hoogte van het Wassenaarse Slag, ontstond een race-effect onder de loggers. Bij het naderen van de havenhoofden moest havenmeester Eschauzier die aan boord was van de ‘Arthur’, met de scheepsroeper, de schippers van de kluwen loggers tot kalmte manen. Enkele loggers passeerden elkaar rakelings.De dag erna vertrok de vloot naar de haringgronden. Een leuk initiatief was dat van de Nieuwe Haagsche Courant. Deze nodigde 12 vissersvrouwen, 3 reders en 3 dominees uit voor een tocht per vliegtuig. Na het vertrek van de vissersvloot reed het gezelschap naar Schiphol waar zij met een Dakota opstegen. Op 15 mijl uit de wal kon mevrouw Pronk een luid: ‘Mêd d’r ei je ze’ niet onderdrukken. Als eerste kwamen de SCH 57, de 84, de 412 en de 73 in zicht. De echtgenoten en zoons zwaaiden vanaf de dekken.

WhatsApp chat

Nu boeken

Dit formulier vraagt u om uw persoonsgegevens zodat wij met u kunnen communiceren. Uw gegevens worden worden nooit aan derden verstrekt. Zie onze Privacyverklaring om te zien hoe wij met uw gegevens omgaan.